opzet schuld

De grens tussen opzet en schuld

Kennis Artikelen Strafrecht

Het gehele strafrecht is opgebouwd rondom de begrippen schuld en opzet. Schuld kan een aantal betekenissen hebben, waaronder het ‘schuldig zijn aan’ een bepaald delict. Ook wordt schuld gebruikt als zogenaamd ‘element’ in het strafrecht, wat inhoudt dat zonder schuld geen straf kan worden gegeven.

In dit artikel wordt er echter ingegaan op de betekenis van schuld tegenover opzet. Wanneer is iets opzettelijk gedaan en wanneer is iets te wijten aan iemands schuld? Waar ligt precies de grens?

De verschillen tussen opzet en schuld

Het verschil tussen opzet en schuld zit hem in de bedoeling van de dader. Bij opzet is er sprake van opzettelijk handelen van de dader, bij schuld is er sprake van onopzettelijk handelen.

Voor de wet maakt dit vaak een flink verschil voor wat betreft de maximumstraf die op een delict staat. Drie voorbeelden daarvan:

1. Brand stichten, een ontploffing teweegbrengen of een overstroming veroorzaken

Maximumstraf: OPZET: 12 jaar, SCHULD: 6 maanden

2. Gevaar voor het treinverkeer veroorzaken

Maximumstraf: OPZET: 15 jaren, SCHULD: 6 maanden

3. Iets doen waardoor iemand overlijdt

 Maximumstraf: OPZET: 15 jaren tot levenslang, SCHULD: 4 jaren.

Vooral het laatste geval zal tot de verbeelding spreken, het verschil tussen opzet en schuld is het verschil tussen doodslag/moord (beiden opzet) en dood door schuld (geen opzet maar schuld). De vraag is echter: wanneer is iets gebeurd met opzet en wanneer is een dergelijk feit gebeurd door schuld?

Aan de hand van het verschil tussen doodslag/moord en dood door schuld zal hierna die grens worden aangegeven. De specifieke zaken die in de verschillende categorieën worden aangehaald vallen soms ook in een naastliggende categorie, de categorieën lopen min of meer in elkaar over. Er zal van de zwaarste vorm van opzet naar een lichte vorm van schuld toe worden gewerkt.

Opzet als oogmerk

Allereerst is er opzet als oogmerk. Dat wil zeggen dat de pleger van het delict het doel had om het delict te plegen. In het voorbeeld: de pleger had het doel om een bepaald persoon te vermoorden of in ieder geval om het leven te brengen.

Een duidelijk voorbeeld van opzet als oogmerk is te zien in het geval van de moord op Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh, waar de daders (respectievelijk Volkert van der G. en Mohammed B.) het doel hadden om Fortuyn en van Gogh om het leven te brengen.

Opzet als noodzakelijkheidsbewustzijn

Een mindere vorm van opzet is opzet als noodzakelijkheidsbewustzijn, ook wel opzet als zekerheidsbewustzijn genoemd. Opzet als noodzakelijkheidsbewustzijn houdt in dat de dader geen opzet had om iemand om het leven te brengen, maar dat dit noodzakelijk was voor wat zijn doel wel was.

Een onder juristen bekend geval is dat van Thomas van Bremerhaven, die als eigenaar van een rederij een van zijn eigen schepen wilde opblazen om verzekeringsgeld op te strijken. Degenen die op het schip zaten zouden bij de ontploffing om het leven komen, maar dat werd op de koop toegenomen door de Van Bremerhaven. Er was dus geen directe opzet op het doden van de opvarenden, maar het zou wel met zekerheid gebeuren.

Opzet als waarschijnlijkheidbewustzijn

Nog minder opzettelijk is opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn. Ook hierbij is de opzet niet gericht op het doden van iemand, maar wel op het bereiken van een ander doel. Daardoor is het echter wel waarschijnlijk dat iemand om het leven komt.

Een voorbeeld is Franklin F., die in 2008 in Amstelveen probeerde te vluchten nadat hij een aantal kogels door de deur van een woning had geschoten. In zijn vlucht kwam hij politieagente Gabriëlle Cevat tegen, die hij in de borst schoot om niet gepakt te worden. Hij had geen direct opzet op het doden van een politieagente, maar het was wel waarschijnlijk dat dit zou gebeuren door in haar borst te schieten.

Voorwaardelijk opzet

Voorwaardelijk opzet is de laagste vorm van opzet. Het wil zeggen dat de dader geen opzet heeft op het doden van iemand, maar dat het hem niets uitmaakt als dat wel gebeurt bij zijn actie. Hij wilde zijn actie uitvoeren, wist dat er een aanmerkelijke kans was dat het verkeerd zou aflopen en aanvaardde die kans.

Een voorbeeld is het geval van de Enkhuizer doodslag. Een automobilist die te veel had gedronken wilde vluchten voor een politiecontrole. Om dat te bewerkstelligen reed hij met hoge snelheid en met gedoofde lichten door de bebouwde kom en het uitgaansgebied van Enkhuizen. Daarbij reed hij drie fietsers aan, waarvan er twee overleden. Zijn opzet was er niet op gericht om de fietsers om het leven te brengen, maar door zijn gedrag aanvaardde hij een aanmerkelijke kans dat het verkeerd zou aflopen.

Bewuste schuld

Ergens tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld in wordt opzet in schuld veranderd en doodslag of moord in dood door schuld. Bewuste schuld is aan de orde wanneer de dader wist dat er een kans was dat het verkeerd zou gaan, maar dacht dat dat toch niet zou gebeuren.

Dit was bijvoorbeeld het geval bij een dronken automobilist die met zijn Porsche 928 veel te hard over de provinciale weg reed, inhaalde en door rood reed. Uiteindelijk veroorzaakt hij een ongeval met vijf slachtoffers. Dit was bewuste schuld omdat het niet waarschijnlijk is dat hij het ongeluk op de koop toe had genomen (voorwaardelijk opzet), aangezien hij dan ook zijn waarschijnlijke eigen dood op de koop toe had genomen.

Onbewuste schuld

Onbewuste schuld ligt het verste van opzet vandaan. De verdachte had het gevolg van zijn acties moeten voorzien, maar heeft dat niet gedaan. Toch is daardoor schade ontstaan.

Onbewuste schuld was het geval bij de 72-jarige jager die bij Breda met een kogelgeweer (geen hagelgeweer) schoot vanuit zijn jagershut terwijl hij niet het gehele terrein kon overzien. Daardoor werd een vrouw geraakt die later overleed. Als ervaren jager had hij zijn acties moeten overzien en had hij moeten inzien dat dit onverantwoord was.

Geen schuld of opzet

Wellicht ten overvloede, maar ten slotte is er uiteraard nog de mogelijkheid dat er wel iets is gebeurd, maar dat er geen sprake was van opzet of schuld. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand voldoende had gedaan om het gevaar af te wenden of het risico niet kende en niet had behoren te kennen.

Dit was bijvoorbeeld het geval bij de uitbaters van een vakantieboerderij in Maastricht, waar in 2002 een deur werd dichtgemetseld, maar de deur wél nog in de nis bleef staan. Dit was niet goed gedaan door de metselaar, waardoor een kind onder de deur terecht kwam toen die omviel in 2009. Uiteindelijk werden de uitbaters vrijgesproken, aangezien ze niet aanmerkelijk onvoorzichtig waren omdat ze dit niet hadden kunnen voorzien.

Schematisch, van geen schuld naar opzet


opzet schuld tijdlijn

 

Opzet en schuld – Conclusie

De grens ligt dus tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld. Bij beiden is de dader zich ervan bewust dat het gevolg kan intreden. Het verschil is dat het hem bij voorwaardelijk opzet niks uitmaakt of het gevolg intreedt, terwijl hij bij bewuste schuld het idee had dat het waarschijnlijk toch niet zou gebeuren.

Alle kwalificaties vanaf voorwaardelijk opzet zijn dus opzet (zoals moord/doodslag) en alle kwalificaties vanaf bewuste schuld zijn dus schuld (zoals dood door schuld).

 

N.b. Dit artikel is meer dan een jaar geleden voor het laatst gewijzigd. De informatie kan verouderd zijn.

DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel, juist en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een jurist voordat u handelt of beslist. Zie ook onze uitgebreide disclaimer.