kantonrechtersformule

De kantonrechtersformule

Kennis Artikelen Arbeidsrecht

In Nederland zijn er enkele manieren waarop iemands arbeidsovereenkomst kan eindigen, waarvan opzegging via het UWV (soms zelfs ontslag op staande voet) en ontbinding de meest bekende zijn. Ontslag loopt via het UWV, ontbinding loopt via de kantonrechter. Het eindresultaat is voor de arbeidsovereenkomst hetzelfde: de arbeidsovereenkomst bestaat niet meer.

Financieel gezien is het echter niet hetzelfde, aangezien bij ontbinding (vanwege veranderde omstandigheden) de kantonrechtersformule wordt toegepast. Deze kantonrechtersformule wordt gebruikt om te berekenen hoeveel geld een werknemer krijgt bij ontslag. Ter vergelijking: de UWV-weg van opzegging met een ontslagvergunning kent geen kantonrechtersformule en kent (als hoofdregel) ook geen andere compensatie voor de werknemer.

Wanneer is de kantonrechtersformule van toepassing?

Zoals hierboven beschreven is de kantonrechtersformule van toepassing als de werkgever of de werknemer voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter heeft gekozen op grond van verandering in de omstandigheden. Door de kantonrechter wordt gebruik gemaakt van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek, waarin wordt beschreven hoe en wanneer deze procedure mogelijk is.

In lid 8 van dit artikel staat dat de kantonrechter een vergoeding naar billijkheid kan toekennen aan een van beide partijen. Dat zal (vrijwel) altijd aan de werknemer zijn. Hoe hoog die vergoeding naar billijkheid is wordt echter niet beschreven. Ook de kantonrechtersformule zelf wordt niet beschreven in dit wetsartikel.

Omdat er onduidelijkheid was, heeft de Kring van Kantonrechters (een beroepsvereniging voor kantonrechters) besloten om een richtlijn te maken die kantonrechters kunnen volgen: de kantonrechtersformule. De kantonrechtersformule is in 1997 ontstaan en is voor het laatst aangepast in 2009.

Hoewel de meeste kantonrechters de kantonrechtersformule gebruiken voor het ontbinden van een arbeidsovereenkomst, is de kantonrechtersformule enkel een richtlijn. Het is dus géén bindende wetgeving, de kantonrechter kan gewoon een andere vergoeding toekennen als hij dat wenst.

Hoe ziet de kantonrechtersformule eruit?

De kantonrechtersformule is een simpele formule:

A x B x C = Hoogte van de vergoeding.

A= Aantal gewogen jaren dat iemand heeft gewerkt bij deze werkgever. Elk jaar gewerkt voordat de werknemer 35 jaar werd telt voor 0,5, elk jaar tussen 35 en 45 telt voor 1, elk jaar tussen 45 en 55 telt voor 1,5 en elk jaar na 55 telt voor 2. Binnen de categorieën worden gedeeltes van jaren afgerond naar hele jaren. Voor de gehele diensttijd gebeurt dit afzonderlijk. Deze twee uitkomsten zijn soms niet gelijk. In dat geval worden ze gelijk gemaakt door een jaar minder te tellen in de laagste categorie of een jaar meer te tellen in de hoogste. Er wordt dus afgerond in het voordeel van de werknemer.

B= Bruto loon per maand, inclusief dertiende maand, vakantiegeld enzovoort.

C= Correctiefactor, varieert in theorie van 0 tot oneindig, maar in de praktijk van 0 tot 2.

Hoe wordt de kantonrechtersformule normaal gebruikt?

Normaal gesproken wordt de kantonrechtersformule gebruikt en wordt er enkel over de C-factor gediscussieerd. Hoewel het berekenen van de A-factor erg lastig lijkt en er discussie kan ontstaan over wat er wel en niet bij het salaris van de B-factor hoort, gaat de juridische discussie meestal over de C-factor, de correctiefactor.

De correctiefactor is namelijk standaard 1 bij een ontbinding waarbij eigenlijk geen schuld bij de werknemer ligt, maar ook geen schuld bij de werkgever. Logischerwijs ligt de factor dichter bij de 0 (bijvoorbeeld c= 0,5) wanneer de werknemer iets te verwijten valt en ligt de c-factor dichter bij de 2 (bijvoorbeeld c=1,5) wanneer de werkgever iets te verwijten valt.

De kantonrechtersformule in een voorbeeld

Stel bijvoorbeeld dat een persoon 1700 euro bruto per maand verdient (inclusief vakantiegeld etcetera), van zijn 28 jaar en 5 maanden tot zijn 38 jaar en 7 maanden bij zijn werkgever heeft gewerkt en die steeds ruzie maakt met zijn collega’s en met zijn baas. De zaak komt bij de kantonrechter voor ontbinding en de kantonrechtersformule wordt toegepast.

A is dan (afgeronde jaren) 28 tot 35 = 7 jaar die voor 0,5 worden gerekend plus 35 tot 39 = 4 jaar die voor 1 moeten worden gerekend. Echter, dat is een totaal van 11 jaar (7 + 4) terwijl de werknemer afgerond 10 jaar (van 28 jaar en 5 maanden tot 38 jaar en 7 maanden = 10 jaar en 2 maanden) heeft gewerkt. Het afgeronde totaal van 10 jaar moet worden aangehouden, maar dat moet wel in het voordeel van de werknemer gebeuren volgens de kantonrechtersformule. Dat gebeurt door te corrigeren in de laagst gewogen jaren en daar dus een jaar vanaf te halen. Kortom, er blijft over: 6 jaar voor 0,5, 4 jaar voor 1 = een gewogen aantal van 7. Voor de kantonrechtersformule is A dus 7.

B is gewoon het bruto salaris inclusief alle bijkomende salariscomponenten, dus 1700 euro.

C is de correctiefactor in de kantonrechtersformule. In dit geval zal de kantonrechter waarschijnlijk kiezen voor een lage c-factor, aangezien de werknemer zelf verwijtbaar is in deze. Stel dat de kantonrechter besluit dat c=0,3.

De uiteindelijke rekensom is dan: 7 x 1700 x 0,3 = 3570 euro. Dat is een bruto bedrag, dus daar moet ook nog op de een of andere manier belasting over betaald.

Overigens zijn de vergoedingen niet altijd zo laag. Werknemers die ouder dan 55 zijn hebben gewogen jaren die 4x zo zwaar tellen dan werknemers onder de 35. In combinatie met verwijtbaarheid aan de zijde van de werkgever (c= 1,5 of 2) loopt dat via de kantonrechtersformule meer dan eens op tot bedragen van boven de 100.000 euro.

Kantonrechtersformule en andere ontslagvergoedingen

De kantonrechtersformule sluit overigens andere ontslagvergoedingen niet (altijd) uit. Ook hierover zijn geen wettelijke regelingen gemaakt, maar er is wel jurisprudentie over.

Als het gaat om een vergoeding die te maken heeft met het einde van de arbeidsovereenkomst (een ontslagvergoeding of ‘gouden handdruk’ bijvoorbeeld) kan deze in beginsel alsnog gevorderd worden wanneer de kantonrechter in zijn beschikking zegt dat deze ontslagvergoeding niet is meegewogen in de kantonrechtersformule.

Gaat het om een vergoeding die niet te maken heeft met het einde van de arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld aanspraken uit een optieregeling), dan kan deze in beginsel nog worden gevorderd tenzij de kantonrechter die aanspraken heeft meegewogen.

Kortom: wanneer deze aanspraken ook nog worden meegewogen kunnen de bedragen astronomisch hoog worden. Een waarschuwing voor de werkgever dus om netjes en niet verwijtbaar met zijn werknemers om te gaan. Dan gaan ze niet weg én kunnen ze geen enorme bedragen vorderen in een dergelijk geval. Een win-win situatie.

Kantonrechtersformule – Conclusie

Wanneer iemand wordt ontslagen via de kantonrechter, zal de kantonrechter meestal de kantonrechtersformule gebruiken wanneer hij van mening is dat de werknemer geld moet meekrijgen. De bedragen die uit deze kantonrechtersformule komen zijn vaak niet gering, al helemaal niet als ze met andere ontslagvergoedingen worden gecombineerd.

Daarom is het verstandig om een jurist in te schakelen wanneer er ontslag via de kantonrechter dreigt, zodat u het maximale uit de kantonrechtersformule haalt.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels
handels- en ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een van onze juristen of met uw eigen jurist voordat u handelt of beslist.