arbitrage

Handleiding: Arbitrage

Kennis Artikelen Civiel recht

Wanneer er tussen twee personen (of dat nu natuurlijke personen of rechtspersonen zijn) een geschil ontstaat, kunnen ze dat zelf proberen op te lossen. Lukt dat niet, dan staat in beginsel de gang naar de Nederlandse rechter open.

Er kan echter soms ook voor alternatieve geschillenbeslechting worden gekozen: arbitrage.

In deze handleiding behandelen we arbitrage op een uitgebreide manier. U vindt de volgende zaken:

  1. Wat is arbitrage?
  2. De overeenkomst tot arbitrage
  3. Wie wordt de arbiter?
  4. Starten arbitrage
  5. Geschil bij de verkeerde rechter aanbrengen
  6. Het arbitraal geding
  7. Wraking – Partijdige of afhankelijke arbiter
  8. Tot een beslissing komen in arbitrage
  9. Vonnis bij arbitrage
  10. Hoger beroep
  11. Tenuitvoerlegging van vonnis bij arbitrage
  12. Vernietiging en herroeping van vonnis
  13. Arbitrage binnen het Nederlandse rechtssysteem

1. Wat is arbitrage?

Arbitrage is het laten beslechten van een (civielrechtelijk) geschil door een alternatieve rechter: een arbiter. Die arbiter is een onafhankelijke derde, die buiten de normale rechtspraak om beslist over het geschil.

Uiteraard mag door de arbitrage geen vaststelling van rechtsgevolgen ontstaan die niet ter vrije bepaling van de partijen staat. Er mag bijvoorbeeld niet tegen (dwingendrechtelijke) wetsartikelen in worden gegaan.

2. De overeenkomst tot arbitrage

Arbitrage wordt afgesproken tussen beide partijen. Dat gebeurt door het sluiten van een overeenkomst tot arbitrage. Die overeenkomst kan worden gesloten voor geschillen die al zijn ontstaan, maar wordt ook vaak gesloten voor geschillen die zouden kunnen ontstaan.

Een arbitraal beding dat is opgenomen in bindende statuten of reglementen wordt ook gezien als overeenkomst tot arbitrage. Ook kan arbitrage worden voorgeschreven via een verwijzing naar algemene voorwaarden waarin arbitrage wordt is opgenomen als wijze van het beslechten van geschillen.

In de overeenkomst tot arbitrage kan worden verwezen naar een arbitragereglement. Dat maakt wettelijk deel uit van de overeenkomst en moet dus ook worden nageleefd.

3. Wie wordt de arbiter?

Aan de arbiter worden weinig eisen gesteld bij arbitrage. Hij hoeft geen speciale opleiding te hebben gevolgd, hij hoeft ook geen jurist te zijn.

Elke handelingsbekwame, natuurlijke persoon (géén rechtspersoon zoals een bv dus) komt in aanmerking als arbiter.

Er moet altijd een oneven aantal arbiters worden benoemd in het scheidsgerecht, of dat nu één arbiter is, drie, vijf of elf stuks. Dat is logisch, want anders is de kans groot dat de stemmen staken. Is toch een even aantal arbiters gekozen, dan wordt één aanvullende arbiter als voorzitter gekozen.

Op het moment dat partijen niets zin overeen gekomen qua aantallen arbiters of wanneer ze er niet uitkomen wie de aanvullende arbiter wordt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank erover beslissen.

4. Starten arbitrage

Het starten van de arbitrage gebeurt op de manier waarop de partijen dat zijn overeengekomen in de overeenkomst tot arbitrage.

Is er niets overeengekomen, dan gebeurt dat door het verzenden van een schriftelijke mededeling van de ene partij aan de andere, waarin staat dat er wordt overgegaan tot arbitrage. Tevens staat in die mededeling om welk geschil het gaat.

Tijdens de arbitrage, kunnen de twee partijen met een conflict gezamenlijk alsnog besluiten de arbitrage te stoppen. Ook kan worden besloten om arbiters te vervangen.

5. Geschil bij de verkeerde rechter aanbrengen

5.1 Geschil voor arbitrage bij de gewone rechter aanbrengen

Wanneer er een geschil ontstaat (of reeds is ontstaan) over een overeenkomst waarop arbitrage van toepassing is, moet die procedure worden gevolgd. Wordt dat niet gedaan, dan verklaart de normale rechter zich onbevoegd indien één van beide partijen zich direct op de overeenkomst van arbitrage beroept. Dat kan anders zijn, indien de overeenkomst tot arbitrage ongeldig is.

Wanneer er een overeenkomst tot arbitrage ligt en er is overeengekomen dat het scheidsgerecht ook in kort geding recht kan wijzen, dan zal de normale rechter zich ook onbevoegd verklaren indien een kort geding bij hem wordt aangebracht, tenzij de overeenkomst ongeldig is.

De overeenkomst van arbitrage belet niet dat een van beide partijen zich tot de burgerlijke rechter wendt om bijvoorbeeld conservatoir beslag te leggen. Ook het vragen van een descente of het starten van een voorlopig getuigen- of deskundigenverhoor wordt niet belet door de overeenkomst.

5.2 Geschil voor de gewone rechter bij een scheidsgerecht ter arbitrage aanbrengen

Wordt een geschil dat eigenlijk door de gewone rechter beslecht moet worden, voor een scheidsgerecht gebracht, dan is het scheidsgerecht gerechtigd om over zijn bevoegdheid te oordelen. Het scheidsgerecht is tevens bevoegd om te oordelen over de geldigheid of ongeldigheid van de overeenkomst tot arbitrage (of de overeenkomst waar deze deel van uitmaakt).

Eventuele verweren die gaan over de onbevoegdheid, dienen te worden gedaan vóórdat andere verweren worden gevoerd. Wordt dat niet gedaan, dan kan dat later ook niet meer (uitzonderingen daargelaten). Ook indien er reeds is samengewerkt aan de samenstelling van het scheidsgerecht, is een beroep op onbevoegdheid niet meer mogelijk.

Verklaart het scheidsgerecht zichzelf onbevoegd, dan houdt dat in, dat de gewone rechter bevoegd is om over het geschil te oordelen. Ook hier, is het weer mogelijk om per overeenkomst af te wijken van deze regel.

6. Het arbitraal geding

In eerste instantie wordt arbitrage vormgegeven op de manier waarop het is overeengekomen in de overeenkomst tot arbitrage. Is er niets overeengekomen, dan beslist het scheidsgerecht zelf over de manier van het voeren van het proces. De plaats van arbitrage wordt op dezelfde manier vastgesteld.

Er zijn wel enkele wettelijke regels die gevolgd moeten worden, onafhankelijk van de manier waarop het proces wordt ingericht door de overeenkomst van arbitrage of het scheidsgerecht.

Zo is bepaald dat partijen zelf voor het gerecht kunnen verschijnen, maar zich ook kunnen laten vertegenwoordigen door een advocaat of een bijzonder daartoe schriftelijk gemachtigde. Ook is het mogelijk dat ze zelf verschijnen en zich door iemand laten bijstaan in het proces.

Tijdens het proces worden beide partijen op voet van gelijkheid behandeld. Ze krijgen eventueel de gelegenheid om de zaak mondeling toe te lichten en kunnen met instemming van het scheidsgerecht getuigen en deskundigen naar voren brengen. Hier zijn ook weer wettelijke regelingen voor.

Het scheidsgerecht kan overlegging van bepaalde stukken bevelen en mag uiteindelijk beslissen hoe het bewijs wordt geïnterpreteerd, welk bewijs wordt toegelaten en welk niet, tenzij anders is bepaald door de partijen.

Dient de eisende partij zijn eis niet in of licht hij deze niet toe zonder regen, dan kan de arbitrage door het scheidsgerecht beëindigd worden. Dat geldt ook voor de verwerende partij: voert zij geen verweer, dan wordt in beginsel de eis toegewezen.

Vanaf 1 januari 2015 gelden enkele nieuwe regels met betrekking tot arbitrage. In het kort, is het vanaf dat moment (afwijking is in sommige gevallen in de overeenkomst van arbitrage mogelijk) onder meer mogelijk om:

  • Een memorie van eis en een memorie van antwoord in te dienen;
  • De zaak op de zitting toe te lichten;
  • Een tegenvordering in te dienen (reconventie);
  • Gronden van vorderingen veranderen of vermeerderen;
  • Een voorlopige voorziening (voorlopige beslissing gedurende de arbitrage) te vragen.

7. Wraking: Partijdige of afhankelijke arbiter

Blijkt dat een arbiter niet onpartijdig of onafhankelijk is, dan is in bepaalde gevallen wraking van die arbiter mogelijk. Heeft een arbiter zelf na zijn benoeming al het idee dat er een grond kan zijn om hem te wraken, dan laat hij dat weten aan de partij die hem wilde benoemen.

De wraking vindt plaats door in elk geval schriftelijk de betreffende arbiter, het scheidsgerecht waartoe hij behoort en de wederpartij op de hoogte te stellen.

De arbiter heeft daarna twee weken om zelf te besluiten of hij moet terugtreden of niet. Doet hij dat niet, dan beslist de voorzieningenrechter van de rechtbank indien haar dat wordt verzocht. Wordt dat niet binnen vier weken gedaan, dan gaat de arbitrage gewoon verder.

Wordt er succesvol gewraakt, dan wordt de arbiter vervangen door een nieuwe arbiter voordat de arbitrage wordt voortgezet.

8. Tot een beslissing in arbitrage

De arbiters beslissen ‘naar de regelen des rechts’. Is er een rechtskeuze gedaan, dan beslissen ze met inachtneming van die regels. Het is ook mogelijk dat er wordt beslist naar ‘billijkheid’ (wat is ‘eerlijk’ in een situatie), indien de partijen dat hebben afgesproken. In elk geval wordt rekening gehouden met de toepasselijke handelsgebruiken.

De beslissing wordt in beginsel simpelweg gemaakt door te stemmen (afwijking daarvan is wederom mogelijk). De meerderheid van de stemmen geeft de doorslag.

9. Vonnis bij arbitrage

Arbitrage leidt (meestal) tot een beslechting van het geschil: een arbitraal vonnis. Het arbitraal vonnis kan, indien de partijen dat zijn overeengekomen, ook in kort geding worden gewezen.

Het vonnis wordt uiteindelijk (ook) schriftelijk opgemaakt en wordt door de arbiters ondertekend. Het wordt daarna toegezonden aan de partijen en het origineel moet bij de griffie van de ‘gewone’ rechtbank worden neergelegd. Partijen kunnen tot 30 dagen daarna nog verzoeken om reken- of schrijffouten te corrigeren of het vonnis aan te vullen indien niet over het gehele conflict is beslist.

In het vonnis staat:

  • Namen en woonplaatsen van de arbiters;
  • Namen en woonplaatsen van de partijen;
  • De plaats en datum van de uitspraak;
  • De gronden waarop het vonnis is gebaseerd (‘Waarom is op deze manier beslist?’).

Ook een dwangsom kan worden opgelegd door het scheidsgerecht, in dezelfde gevallen en onder dezelfde regels als bij de gewone rechter. Opheffing, opschorting of vermindering van de dwangsom moet middels een verzoekschrift worden verzocht bij de voorzieningenrechter.

Eventueel kan het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden gemaakt (enkel nodig indien hoger beroep openstaat). Dat is enkel mogelijk in dezelfde gevallen als waarin de gewone rechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad maakt. Eventueel kan het scheidsgerecht ervoor kiezen om zekerheid te laten stellen voordat het vonnis ten uitvoer kan worden gelegd op deze manier.

10. Hoger beroep

Hoger beroep is in beginsel niet mogelijk bij arbitrage. Uitzondering daarop is wanneer de beide partijen het in de overeenkomst tot arbitrage (of eventueel in een latere overeenkomst) hebben afgesproken.

Net als in bij de ‘normale’ civiele rechtspraak, is er een termijn van drie maanden om in hoger beroep te gaan. Ook daar kan weer bij overeenkomst van zijn afgeweken.

11. Tenuitvoerlegging van vonnis in arbitrage

Het vonnis in arbitrage kan, net als een normaal vonnis, tenuitvoer worden gelegd. Dat kan echter pas nadat de voorzieningenrechter op verzoek van een van de partijen verlof tot tenuitvoerlegging heeft verleend. Uiteraard kan dat enkel, indien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard of er geen hoger beroep (meer) mogelijk is.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek in beginsel altijd toe. Uitzondering daarop zijn vonnissen die in strijd zijn met de openbare orde, met de goede zeden en vonnissen waarin de regels rondom de dwangsom in arbitrage en de tenuitvoerlegging bij voorraad niet zijn nageleefd.

Er zijn daarna twee situaties mogelijk:

  • Het verzoek wordt toegewezen. Het verlof wordt dan aangetekend op het vonnis (of, indien het vonnis niet bij de rechtbank is neergelegd, wordt een beschikking door de rechter gegeven) en krijgen partijen een afschrift van het vonnis of van de beschikking toegezonden. Er is dan, behalve vernietiging en herroeping (zie hierna) niets meer te doen tegen het verleende verlof;
  • Het verzoek wordt afgewezen. Als dat gebeurt, krijgen partijen daarvan bericht en is binnen twee maanden hoger beroep bij het gerechtshof mogelijk. Wordt het weer geweigerd, dan is er een termijn van twee maanden om in cassatie te gaan.

12. Vernietiging en herroeping van vonnis in arbitrage

Vernietiging en herroeping van een vonnis dat is gewezen in arbitrage, zijn de enige rechtsmiddelen die nog open staan op het moment dat er geen hoger beroep (meer) mogelijk is. Het zijn ook de rechtsmiddelen die open staan (tegen het vonnis) op het moment dat u het verleende verlof tot tenuitvoerlegging wil aanvechten.

Vernietiging en herroeping zijn met veel regels omgeven. In dit artikel lichten wij de mogelijkheden in het kort toe. Voordat u overgaat tot vernietiging of herroeping, is het altijd verstandig om de hulp van een jurist in te schakelen.

  • Vernietiging. Vernietiging moet (vanaf 1 januari 2015) binnen drie maanden worden ingeroepen. Er zijn slechts enkele gronden die vernietiging kunnen meebrengen:
    • Geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt;
    • Het scheidsgerecht is niet volgens de regels samengesteld;
    • Het scheidsgerecht heeft zich niet aan de opdracht gehouden;
    • Het vonnis is niet ondertekend of niet gemotiveerd;
    • Het vonnis gaat tegen de openbare orde of de goede zeden in.
  • Herroeping. Herroeping van het vonnis in arbitrage is mogelijk op dezelfde gronden als die waarbij herroeping in de normale civiele procedure mogelijk is:
    • Er is sprake van na de uitspraak ontdekt bedrog door de wederpartij tijdens de arbitrage;
    • Er zijn vervalste stukken gebruikt en het vonnis berust daarop;
    • De wederpartij heeft belangrijke stukken achtergehouden en deze zijn nu boven tafel gekomen.

Zoals gezegd: het is verstandig om een jurist te raadplegen wanneer er wellicht sprake is van een mogelijkheid tot vernietiging of herroeping. Hij kan uitzoeken of dat in een bepaald geval (ondanks alle uitzonderingen die op bovenstaande regels zijn), ook zo is.

13. Arbitrage binnen het Nederlandse rechtssysteem

Arbitrage is een manier van alternatieve geschillenbeslechting, maar staat lang niet los van de gewone rechtspraak. Het is duidelijk te zien, dat arbitrage zelfs nauw verweven is met de gewone rechtspraak.

Om maar enkele zaken te noemen: De partijen kunnen geen rechtsgevolgen via arbitrage overeenkomen die niet ter vrije bepaling van partijen staan, de voorzieningenrechter speelt een grote rol in het proces (benoeming arbiters, wraking, tenuitvoerlegging).

Arbitrage leunt in grote mate op de wet, waardoor het tijdens een procedure in arbitrage altijd schipperen is tussen de regels rondom arbitrage, de wettelijke bepalingen en de afspraken van partijen (immers, er zijn heel veel regels die partijen aan de kant kunnen zetten via hun overeenkomst tot arbitrage).

Gezien het bovenstaande en gezien het feit dat arbitrage uiteindelijk (bewijstechnisch) op hetzelfde neerkomt als een normale procedure, is het verstandig om ook bij arbitrage (misschien zelfs wel juist bij arbitrage) een jurist in te schakelen. Dat geldt zowel voor wanneer u nog moet starten met de procedure, als wanneer u al in de procedure zit of heeft gezeten en niet alles is correct verlopen.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels - Advocaat
handels- en ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


Juridische hulp nodig?

Onze advocaten laten u graag weten wat ze voor u kunnen betekenen: van adviseren tot procederen. Lees meer over onze zakelijke diensten, onze diensten voor particulieren of neem direct contact met ons op via onderstaande knop.

Neem contact op