bewijs

Handleiding: Bewijs in civiele rechtszaken

Kennis Artikelen Civiel recht

Wanneer er een conflict ontstaat tussen twee personen of bedrijven, zullen ze dat eerst zelf proberen op te lossen. Dat kan bijvoorbeeld door het treffen van een schikking (waarvoor wij al een Handleiding Onderhandelen en Schikking treffen hebben gemaakt).

Lukt dat niet, om welke reden dan ook, dan zal het er vaak op neer komen dat de rechter de knoop mag doorhakken: er wordt geprocedeerd.

In die procedure, zullen beide partijen proberen om hun gelijk te halen, onder meer door het aandragen van bewijs. Deze handleiding gaat over het bewijs in rechtszaken, over welk bewijs is toegestaan, over welk bewijs niet is toegestaan, over hoe het verzameld kan worden en hoe de rechter ermee omgaat.

Afbakening: het leveren van bewijs

In feite draait een rechtszaak (en dan hebben we het hier voornamelijk om de ‘normale’ civiele dagvaardingsprocedure) om een aantal zaken (die wij overigens relatief naar eigen goedvinden hebben gekozen, we hadden er ook vijf of tien kunnen onderscheiden):

  • De juridisch juiste procedures volgen;
  • Inhoudelijk juridisch gezien de juiste strategie volgen;
  • Bewijs leveren om de inhoud van die strategie hard te maken.

Wordt aan een van bovenstaande drie punten niet voldaan, dan zal de procedure waarschijnlijk niet goed aflopen.

Met het volgen van de juridisch juiste procedure en het inhoudelijk vormgeven van een juridisch correcte strategie, zal de rest van deze website u kunnen helpen. Komt u daar niet uit, dan is het verstandig om een jurist te raadplegen.

Het leveren van bewijs, punt 3, zal in deze handleiding verder worden uitgewerkt.

Wat wordt behandeld in deze handleiding?

We zullen in deze handleiding grotendeels het systeem van de wet aanhouden. Achtereenvolgens wordt behandeld:

  1. Algemene regels voor bewijs
    1. Wanneer wordt bewijs toegelaten?
    2. Niet tegenspreken stellingen en feiten wederpartij
    3. Wel tegenspreken: Wie eist, bewijst.
  2. Schriftelijke stukken
    1. Authentieke akten
    2. Onderhandse akten
    3. Overige schriftelijke stukken
    4. Vonnissen
  3. Verklaringen van getuigen
    1. Waarmee kunnen getuigen bewijs leveren?
    2. Betrouwbaarheid getuigenverklaringen als bewijs
    3. Wie kunnen worden opgeroepen als getuige?
    4. Getuige komt niet opdagen of wil niet antwoorden
  4. Verklaringen van deskundigen
    1.  Deskundigen
    2. Wie wordt als deskundige aangewezen?
    3. Weigering benoeming
    4. De opdracht van de deskundige
  5. Plaatsopneming en bezichtiging door de rechter
    1. Descente komt bijna niet voor
  6. Verzamelen van bewijs vóórdat de rechtszaak begint
  7. Procederen met deze handleiding

1. Algemene regels voor bewijs

Wanneer wordt bewijs toegelaten?

In beginsel zijn alle bewijsmiddelen toegestaan, maar ze moeten wel in de procedure naar voren worden gebracht. Wordt bewijs niet door een van de twee partijen genoemd, dan mag de rechter het ook niet gebruiken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bewijs dat hij (bijvoorbeeld) heeft verkregen doordat hij zelf op internet heeft gezocht.

Het is niet nodig om feiten en omstandigheden van algemene bekendheid aan te dragen en te bewijzen. De rechter mag die uit zichzelf in zijn vonnis verwerken. Denk bijvoorbeeld aan ‘Kraanwater in Nederland is drinkbaar’ of ‘Kerstmis valt elk jaar op 25 en 26 december’. Ook algemene ervaringsregels (een ‘algemeen weten’ zegt de rechtspraak, bijvoorbeeld ‘Als je niet genoeg oefent, zul je geen pianovirtuoos worden’.) mag hij uit zichzelf in het vonnis verwerken.

Na alle bewijsmiddelen te hebben bekeken, beslist de rechter in beginsel naar eigen goedvinden hoe belangrijk een bepaald bewijsstuk is.

Niet tegenspreken stellingen en feiten wederpartij

Worden er feiten of stellingen naar voren gebracht door de ene partij (al dan niet met bewijs), dan heeft de andere partij de mogelijkheid om het te ontkrachten, eventueel met tegenbewijs. Wordt dat niet gedaan, dan moet de rechter de feiten of stellingen voor waar aannemen, uitzonderingen daargelaten.

Erkent een partij gedurende het proces een stelling van de wederpartij uitdrukkelijk, dan kan daarop niet meer worden teruggekomen. Uitzonderingen zijn er wanneer er sprake is van dwaling of bedreiging (of een andere vorm waarin iemand wordt gedwongen).

Wel tegenspreken: Wie eist, bewijst.

Deze simpele regel staat in de wet: stel je iets, dan zul je het moeten bewijzen. Stelt de eisende partij ‘Ik heb 2400 euro tegoed van de gedaagde’ en spreekt de gedaagde dat tegen, dan zal de eiser het moeten bewijzen. De gedaagde kan dan met tegenbewijs komen.

Kortom: zonder bewijs komt u niet ver.

Overigens zijn er uitzonderingen op die regel, waarin in specifieke gevallen de bewijslast volgens de wet omkeert. Dat komt regelmatig voor bij bijvoorbeeld het consumentenrecht of het arbeidsrecht (maar zeker niet altijd!). Ook door de redelijkheid en billijkheid kan de bewijslast omkeren in een bepaald geval.

2. Schriftelijke stukken

Om bewijs te kunnen leveren, wordt in vrijwel elke rechtszaak een beroep gedaan op schriftelijke stukken. De wet zegt dat het in beginsel verplicht is om de schriftelijke stukken te overleggen om er een beroep op te mogen doen.

Overigens is het ook mogelijk om aan de rechter te vragen om boeken, bescheiden of geschriften die de wederpartij wettelijk gezien moet bewaren, ter inzage te vragen. De rechter beslist of dat ook daadwerkelijk moet gebeuren.

Het overgrote merendeel van alle rechtszaken wordt trouwens enkel en alleen op basis schriftelijke stukken gevoerd. Het horen van getuigen en deskundigen in de rechtszaal gebeurt voornamelijk in Amerikaanse tv-series en vrijwel de enige rechter die ter plekke de situatie gaat bekijken, is de Rijdende Rechter (zie ook paragraaf 5 van deze handleiding) .

Schriftelijke stukken zijn dus erg van belang. Welke soorten kunnen we onderscheiden?

  • Authentieke akten;
  • Onderhandse akten;
  • Vonnissen;
  • Overige geschriften.

Authentieke akten

Een authentieke akte, is een geschrift dat in de vereiste vorm en bevoegdelijk is opgemaakt en ondertekend door een ambtenaar, aan wie wettelijk is opgedragen om bepaalde waarnemingen of verrichtingen vast te leggen of een akte waarvan het opmaken aan ambtenaren is voorbehouden, maar waarvan de wet het opmaken van die authentieke akte in bepaalde gevallen aan anderen dan ambtenaren opdraagt.

In normale mensentaal komt dat op het volgende neer:

Een authentieke akte is een geschrift dat door een bevoegd persoon is opgemaakt. Dan moet men denken aan een:

  • Notaris;
  • Gerechtsdeurwaarder;
  • Ambtenaar van de Burgerlijke Stand;
  • Belastingontvanger;
  • Griffier.

Elk van de hierboven genoemde personen mogen enkel akten opmaken die binnen hun bevoegdheid op grond van de wet liggen.

De bewijskracht van een authentieke akte is groot. Een authentieke akte is namelijk dwingend bewijs voor de rechter ten aanzien van iedereen (voor zover de akte binnen de bevoegdheid van de opsteller is gebleven en over de waarneming en verrichtingen van de opsteller gaat). Dat houdt in dat de rechter er niet aan voorbij kan gaan.

Wordt er een geschrift overlegd dat op een authentieke akte lijkt, dan gaat de rechter ervan uit dat het ook écht een authentieke akte is. Eventueel kan het tegendeel worden bewezen door de andere partij, wanneer deze bijvoorbeeld stelt dat de akte vals is.

De kracht van de authentieke akte, ligt in de originele akte, niet in een kopie. ‘Grossen’ en gehele afschriften die worden afgegeven door een daartoe bevoegde ambtenaar zijn echter wél zo goed als het origineel.

Onderhandse akten

Een onderhandse akte is een geschrift dat is ondertekend, maar dat géén authentieke akte is. Een onderhandse akte hoeft dus niet te worden opgesteld door een bevoegde ambtenaar, maar kan worden opgesteld door u en ik.

Onderhandse akten zijn vaak in de vorm van een overeenkomst gegoten.

Een onderhandse akte levert dwingend bewijs op voor de rechter ten aanzien van de partijen onderling, tenzij ze iets hebben afgesproken dat niet kan/mag.

‘Dwingend bewijs’ levert ook een probleem op wanneer een van de partijen stelt dat haar handtekening is vervalst. Wordt dat stellig ontkend, dan levert de betreffende onderhandse akte geen bewijs op, totdat bewezen is wie de onderhandse akte heeft ondertekend.

Net als bij de authentieke akte, ligt de bewijskracht bij de onderhandse akte in het originele stuk. Kopieën leveren niet dezelfde bewijskracht op.

Overige schriftelijke stukken

Zowel de authentieke akte als de onderhandse akte leveren dwingend bewijs op, de eerste ten aanzien van iedereen, de tweede ten aanzien van de partijen onderling.

Er zijn echter ook voldoende schriftelijke stukken die niet voldoen aan de vereisten voor akten. Dat kunnen allerhande stukken zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Brieven;
  • Rekeningen;
  • Bankafschriften;
  • Kassabonnen;
  • Memo’s.

En in het geval van elektronische correspondentie (dat is nog steeds ‘schriftelijk genoeg’ om in deze categorie te vallen):

  • E-mails;
  • Sms-berichten;
  • Whatsapp-berichten.

Bij al deze stukken is er geen sprake van dwingend bewijs, maar ze kunnen wél gebruikt worden als bewijs en worden ook regelmatig gebruikt als bewijs. De rechter kent de stukken dan naar eigen inzicht een bepaald gewicht toe.

Vonnissen

Vonnissen zijn ook schriftelijke stukken. De wet zegt enkel iets over de vonnissen van de Nederlandse strafrechter.

Deze hebben een speciale functie in het Nederlandse civiele recht: ze leveren ook dwingend bewijs op en kunnen dus niet gepasseerd worden door de civiele rechter.

Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een vandaal door de strafrechter wordt veroordeeld voor het beschadigen van de auto van Pietersen. Pietersen heeft zich niet gevoegd als benadeelde partij bij de strafrechter (om welke reden dan ook) en probeert via de civiele rechter zijn schade te verhalen op de vandaal. In dat geval staat de onrechtmatigheid van het handelen van de vandaal reeds vast door het dwingende bewijs van het vonnis van de strafrechter.

3. Verklaringen van getuigen als bewijs

Het bewijs dat moet worden geleverd, zal regelmatig door getuigen worden geleverd. Dat kan door getuigen een verklaring op schrift te laten stellen, maar kan ook, door getuigen in de rechtszaal mondeling hun getuigenis te laten afleggen.

De partijen kunnen beiden het verzoek doen om getuigen te laten horen.

Wanneer een getuige wordt opgeroepen en moet getuigen, moet hij eerst verklaren dat hij zweert de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Hij staat dan ‘onder ede’. Zou de getuige toch leugens verkondigen, dan kan hij strafrechtelijk worden gestraft met maximaal zes jaar gevangenisstraf of een fikse geldboete van meer dan twintigduizend euro.

Waarmee kunnen getuigen bewijs leveren?

Getuigen kunnen bewijs leveren, maar dat kan slechts in zoverre dat de getuigenverklaring betrekking heeft op de aan de getuige uit eigen waarneming bekende feiten. Dat lijkt het bewijs door getuigenverklaringen duidelijk af te kaderen.

Toch is dat slechts schijn. Het ‘eigen waarneming’ in het wetsartikel moet ruim worden uitgelegd. Dat houdt dus in dat het niet alleen gaat om wat de getuige heeft gehoord of gezien, maar ook om bijvoorbeeld welk gevoel hij had (als in ‘er hing een bedreigende sfeer in het café’).

Een groot misverstand is dat getuigen niets kunnen verklaren wat ze via-via hebben gehoord. In de VS wordt dit ook wel ‘hearsay’ genoemd en mag het niet als bewijs gebruikt worden. In Nederland mag dat wel: het is immers iets dat de getuige zélf heeft gehoord van iemand, al is het maar het doorvertellen van een verhaal. Uiteraard zal een dergelijke verklaring wel minder sterk als bewijs zijn dan een verklaring van een ooggetuige.

Betrouwbaarheid getuigenverklaringen als bewijs

Getuigenverklaringen als bewijs zijn niet altijd even betrouwbaar, om twee hoofdredenen:

  • Getuigen kunnen liegen en de waarheid verdraaien, voornamelijk wanneer ze bijvoorbeeld familieleden, vrienden of werknemers van één van beide procespartijen zijn;
  • Getuigen kunnen de werkelijkheid onbewust hebben verdraaid, bijvoorbeeld doordat ze de werkelijkheid verkeerd hebben waargenomen of doordat er door tijdsverloop dingen zijn vergeten of onbewust zijn toegevoegd aan de waarneming.

Onbetrouwbaar getuigenbewijs kan uiteraard door de wederpartij worden aangevochten. Dat kan voornamelijk goed bij getuigen die hoogstwaarschijnlijk partijdig zijn. De rechter bekijkt dan de toelaatbaarheid van de getuigenverklaring.

Wie kunnen worden opgeroepen als getuige?

    • Partijen zelf kunnen als getuige optreden en worden opgeroepen, maar kunnen enkel onvolledig bewijs aanvullen met hun getuigenis. Ze kunnen op een andere manier niet in hun eigen voordeel verklaren. Zou een partij weigeren om te verschijnen, weigeren antwoord te geven op de gestelde vragen of weigeren om een verklaring te ondertekenen met die getuigenis, dan mag de rechter daar zelf een gevolg aan verbinden.
    • (Ex-)Echtgenoten, (ex-)geregistreerd partners, bloed en aanverwanten van hun of van de partijen zelf tot in de tweede graad zijn niet verplicht om te getuigen en kunnen zich ‘verschonen’. Dat houdt in dat ze niet verplicht zijn om een verklaring af te leggen. Ze zijn wél verlicht om te verschijnen, al wordt in de praktijk meestal al schriftelijk aangegeven dat er een beroep wordt gedaan op het verschoningsrecht.
    • Personen die door ambt beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht zijn, hoeven ook niet te getuigen omdat ze zich kunnen beroepen op hun verschoningsrecht. Er moet voor deze personen een wettelijke geheimhoudingsplicht gelden én daaruit moet een verschoningsrecht blijken. We denken hier onder andere aan:
        • Advocaten;
        • Notarissen;
        • Artsen;
        • Geestelijken.
    • Personen die zichzelf of tweede of derdegraads familieleden of (ex-)echtgenoot/(ex-)geregistreerd partner, zouden blootstellen aan een strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf door te getuigen hebben ook een verschoningsrecht.

Daarnaast is van belang, dat het verschoningsrecht niet altijd door iedereen kan worden ingeroepen. Een arts die niet de behandelend arts, maar slechts de vertrouwensarts is, kan bijvoorbeeld geen beroep doen op het verschoningsrecht. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de arts die in privé in het café iets heeft gehoord en daarover moet getuigen.

Het verschoningsrecht is een lastige zaak, waarbij het aan te raden is om een jurist in te schakelen.

Getuige komt niet opdagen of wil niet antwoorden

De rechter heeft ook manieren om getuigen die niet willen meewerken te dwingen:

  • De getuige die niet komt opdagen, kan door de politie worden opgehaald om te komen getuigen;
  • De getuige die weigert om bepaalde vragen te beantwoorden, terwijl hij dat wel verplicht is, kan ‘in gijzeling worden gesteld’. Dat wil zeggen dat hij wordt vastgehouden voor maximaal één jaar.

4. Verklaringen van deskundigen als bewijs

Een rechter is een jurist, net als de gemachtigden/advocaten van de verschillende procespartijen. Een jurist is geschoold in het recht en weet relatief weinig van andere disciplines. Toch komt een rechter vragen tegen als:

  • Heeft de aannemer de constructie van het huis wél of niet goed gemaakt?
  • Is dit een echte Picasso, of is het een Piekasso?
  • Is het waarschijnlijk dat er sprake was van psychische problemen, of niet?

Hoe moet hij die vragen beantwoorden? Dat kan hij immers niet uit eigen kennis. Daarvoor heeft hij deskundigen nodig die bewijs aanleveren.

Deskundigen

De rechter kan op eigen initiatief een deskundigenonderzoek bevelen, maar kan dan ook doen nadat partijen erom hebben gevraagd. Er wordt duidelijk afgebakend welke punten en vragen een deskundige moet bekijken en beantwoorden.

Deze deskundigen doen daarna schriftelijk (deskundigenbericht) of mondeling (deskundigenverhoor) verslag van hun bevindingen. Meestal vindt het verslag schriftelijk plaats.

Het verslag van een deskundige heeft een grote bewijskracht voor de betreffende feiten.

Wie wordt als deskundige aangewezen?

Voordat een deskundige wordt gekozen, overlegt de rechter eerst met de procespartijen. Er wordt dan gekeken welke deskundige het best is voor de specifieke vragen: op welk vakgebied moet hij deskundig zijn en welk bewijs moet hij gaan leveren?

Daarna proberen de partijen er samen uit te komen welke deskundige benoemd zal moeten worden. Logischerwijs, zal dat een onafhankelijk persoon moeten zijn: familieleden of vrienden van een van de partijen zijn niet onafhankelijk. Komen de partijen er niet uit, dan hakt de rechter de knoop door.

De rechter kan één deskundige benoemen, maar kan ook kiezen voor meerdere deskundigen. Het benoemen van slechts één deskundige heeft de voorkeur, om kostentechnische redenen. De deskundige krijgt namelijk betaald voor zijn werk, waarvoor de eiser vaak al direct een voorschot moet betalen. Het gaat regelmatig om (zeer) kostbare zaken.

Weigering benoeming

De deskundige mag zijn benoeming weigeren. In dat geval moet er simpelweg een andere deskundige worden aangewezen.

Zodra hij echter zijn benoeming heeft aanvaard, moet hij de opdracht ook daadwerkelijk volbrengen. Doet hij dat niet, of niet goed, ook dan kan een andere deskundige worden benoemd.

De opdracht van de deskundige

Wanneer een deskundige een specialistische verklaring moet geven, moet hij wel weten waar dat precies over moet gaan.

De procespartijen leveren daarom een lijst met vragen aan, die de deskundige dient te beantwoorden. Tevens wordt aan het einde van de vragenlijst nog een mogelijkheid opengelaten voor de deskundige om zelf eventueel nog vragen toe te voegen of nog zaken aan te dragen die uit het onderzoek komen en die hij van belang acht voor de rechter.

De deskundige moet onpartijdig te werk gaan én moet de opdracht naar zijn beste weten volbrengen. Geen geknoei dus.

5. Plaatsopneming en bezichtiging door de rechter

Het is mogelijk dat de rechter zélf ergens ter plekke gaat kijken, samen met de griffier. Dat wordt ook wel een descente genoemd, een schouwing.

Dit middel wordt gebruikt voor een plaatsopneming (onroerend goed) of bezichtiging (roerend goed) van zaken die niet op de zitting kunnen worden overgebracht. Het kan gebeuren op verzoek van een van beide partijen, of omdat de rechter het zelf noodzakelijk vindt.

De rechter heeft toegang tot elke plaats: hij moet dus worden toegelaten. Tevens kan hij ter plekke met getuigen spreken indien dat zinvol is.

Descente komt vrijwel niet voor

Een dergelijke situatie komt vrijwel niet (meer) voor, ondanks dat de Rijdende Rechter het in vrijwel elke zaak doet (dat is voor de show). Waarom niet?

Zoals gezegd is een plaatsopneming of bezichtiging voor zaken die niet of bezwaarlijk ter zitting kunnen worden gebracht. Tegenwoordig kan dat echter met vrijwel alles. Vrijwel iedereen heeft een telefoon met camerafunctie of een fotocamera. Heeft men die niet, dan kent vrijwel iedereen wel iemand die er een heeft.

Een foto, of een aantal foto’s, kunnen gemakkelijk bij de processtukken worden gevoegd. Waar een descente vroeger nog enig nut had, wordt tegenwoordig vrijwel nooit overgegaan tot deze manier van vergaring van bewijs.

6. Verzamelen van bewijs vóórdat de rechtszaak begint

De bovenstaande vijf punten gaan over het gebruiken van bewijs of het verzamelen van bewijs terwijl de zaal al aanhangig is (de zaak is al aangebracht bij de rechter). Uiteraard is in de fase daarvóór het verzamelen van bewijs (ook) erg belangrijk.

Naast de normale manieren om bewijs te verzamelen (maken van foto’s, schaderapporten verkrijgen, verkrijgen van verklaringen van getuigen), zijn er ook juridische manieren om bewijs te vergaren vóórdat de procedure is gestart.

Deze manieren van bewijs vergaren vóór de start van de rechtszaak lijken op de manieren die hierboven al zijn beschreven tijdens de rechtszaak.

Deze juridische mogelijkheden dienen kortweg gezegd voor twee dingen:

  • Het veiligstellen van bewijs;
  • Het bepalen van de procespositie (en het bepalen of het zin heeft om te gaan procederen).

Om welke juridische mogelijkheden gaat het dan?

  • Voorlopig deskundigenbericht of verhoor;
  • Voorlopig getuigenverhoor;
  • Voorlopige plaatsopneming of bezichtiging.

De voorlopige varianten en de ‘normale’ varianten van het deskundigenbericht/verhoor, getuigenverhoor en plaatsopneming/bezichtiging verschillen niet veel, maar er zijn wel een aantal verschillen. Het gaat echter te ver voor deze handleiding om daar specifiek op in te gaan.

Wilt u gebruik maken van een van bovenstaande mogelijkheden, dan is het verstandig om contact op te nemen met een jurist die u daarin kan bijstaan.

7. Procederen met deze handleiding

Zoals gezegd, geeft deze handleiding enkel de (hoofd)regels die gelden rondom het bewijzen van feiten en stellingen. Er moet worden bedacht dat er her en der nog wat uitzonderingen in de wet staan, die niet in deze handleiding zijn meegenomen.

Ten slotte gaat de handleiding enkel over het bewijs, slechts één van de zaken die nodig zijn wanneer u wilt procederen. Wilt u daadwerkelijk gaan procederen, of heeft u specifieke vragen, dan kunt u het best contact opnemen met een jurist.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels - Advocaat
handels- en ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


Juridische hulp nodig?

Onze advocaten laten u graag weten wat ze voor u kunnen betekenen: van adviseren tot procederen. Lees meer over onze zakelijke diensten, onze diensten voor particulieren of neem direct contact met ons op via onderstaande knop.

Neem contact op