onderbewindstelling

Onderbewindstelling

Kennis Artikelen Personen- en familierecht

Er zijn twee soorten van onderbewindstelling: het ene soort gaat over onderbewindstelling bij afwezigheid (vermissing), het andere soort gaat over onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen.

Dit artikel gaat over het tweede soort onderbewindstelling en behandelt achtereenvolgens wat onderbewindstelling is, wanneer het mogelijk is, wie wordt aangewezen als bewindvoerder en wat deze bewindvoerder allemaal mag, wat de rechthebbende zelf nog mag en hoe uiteindelijk een einde kan komen aan het bewind.

Onderbewindstelling

Onderbewindstelling is een vorm van toezicht die, net als mentorschap, minder zwaar is dan curatele. Waar bij curatele zowel vermogensrechtelijke als niet-vermogensrechtelijke belangen worden waargenomen door de curator, worden bij mentorschap enkel de niet-vermogensrechtelijke belangen waargenomen en bij het onderwerp van dit artikel, de onderbewindstelling, enkel vermogensrechtelijke belangen.

Om onderbewindstelling moet worden verzocht bij de rechter. Dit kan worden gedaan door de rechthebbende, zijn echtgenoot, zijn geregistreerd partner of andere levensgezel. Ook zijn bloedverwanten in de rechte lijn en tot in de vierde graad in de zijlijn, zijn voogd, zijn curator, zijn mentor en het Openbaar Ministerie kunnen om onderbewindstelling verzoeken. Ten slotte kan de rechter uit zichzelf besluiten tot onderbewindstelling wanneer hij een verzoek tot curatele afwijst.

Wanneer is onderbewindstelling mogelijk?

Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen is mogelijk wanneer iemand als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat is om ten volle zijn vermogensrechtelijke (financiële) belangen behoorlijk waar te nemen.

Wanneer dit het geval is, kan de kantonrechter (voor een bepaalde tijd) bewind instellen over één of meer van de goederen die deze persoon toebehoren of zullen gaan toebehoren.

Wie wordt de bewindvoerder bij onderbewindstelling?

Wanneer de onderbewindstelling is uitgesproken, zal de rechter direct of in elk geval zo snel mogelijk een bewindvoerder aanstellen. Hij houdt daarbij rekening met personen die geen bewindvoerder willen zijn. Als bewindvoerder kunnen ook rechtspersonen worden aangesteld. Ook is het mogelijk om meerdere bewindvoerders aan te stellen.

De rechter volgt bij de keuze van een bewindvoerder de uitdrukkelijke wens van de rechthebbende zelf, tenzij dat om gegronde redenen niet gewenst is. Wordt de wens van de rechthebbende niet gevolgd, dan wordt de voorkeur gegeven aan de partner van hem. Kan dat niet, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder benoemd.

Personen die handelingsonbekwaam zijn kunnen niet als bewindvoerder optreden na onderbewindstelling, net als personen die zelf onder bewind gesteld zijn, personen die in staat van faillissement verkeren of die in de schuldsanering zitten.

Wat mag de rechthebbende nog zelf?

Zodra iemand onder bewind wordt gesteld, komt het beheer over de onder bewind staande goederen niet meer toe aan hem. Dat wil zeggen dat hij slechts met medewerking van de bewindvoerder over deze goederen beschikken. Werkt de bewindvoerder niet mee, dan kan de rechthebbende eventueel toestemming krijgen van de kantonrechter.

Eventuele rechtshandelingen die zonder toestemming van de bewindvoerder of de kantonrechter worden verricht zijn ongeldig. Toch is de rechtshandeling enkel ongeldig voor een derde wanneer deze het van het bestaan van het bewind wist of had moeten weten. Dit geldt ook voor het vervreemden of het met een beperkt recht (zoals het recht van hypotheek) bezwaren van het goed.

Wat is de taak van de bewindvoerder?

Wanneer de onderbewindstelling is uitgesproken, is de bewindvoerder degene die de rechthebbende vertegenwoordigt in en buiten rechte. Hij zorgt voor een goede belegging van het onder bewind staande vermogen van de rechthebbende dat niet voor een voldoende verzorging van hem dient te worden gebruikt. Voor een aantal belangrijke handelingen moet de bewindvoerder toestemming hebben van de rechthebbende, of, wanneer de rechthebbende weigert, van de kantonrechter.

De bewindvoerder is daarnaast verplicht om een boedelbeschrijving op te maken van de goederen die onder bewind staan. Deze beschrijving levert hij af bij de griffie van de rechtbank. Daarnaast is hij verplicht bij een bank een rekening te openen die hij gebruikt om de transacties die hij in zijn rol van bewindvoerder tijdens het bewind verricht. Ook is hij verplicht om de kantonrechter op diens verzoek inlichtingen te verschaffen omtrent het bewind.

Einde van het bewind

Het bewind eindigt doordat de tijd waarvoor het is ingesteld is verstreken of door de dood van de rechthebbende. Ook wanneer de rechthebbende onder curatele wordt gesteld komt het bewind tot een einde.

Ten slotte kan de kantonrechter het bewind opheffen wanneer de rechthebbende of het Openbaar Ministerie daarom verzoekt en de oorzaken die ertoe aanleiding hebben gegeven niet meer bestaan.

Onderbewindstelling – Conclusie

Wanneer iemand zijn vermogensrechtelijke belangen (voor bepaalde goederen) niet meer goed kan behartigen, is het onder voorwaarden mogelijk om onderbewindstelling bij de rechter te verzoeken. Wordt dat toegewezen, dan wordt er een bewindvoerder aangewezen die tijdens het bewind de onder bewind staande goederen beheert. De rechthebbende mag dan niet meer over die goederen beschikken, al hebben derden soms alsnog een sterk recht wanneer ze niet wisten of behoorden te weten dat er sprake was van bewind.

Wanneer iemands goederen onder bewind meoten worden gesteld, kan het inschakelen van een jurist zinvol zijn om het verzoek voor de rechter op te stellen. Ook wanneer het bewind moet worden opgeheven of wanneer er ontevredenheid bestaat over de onderbewindstelling kan het verstandig zijn om contact op te nemen met een jurist.