poging tot

Poging tot …

Kennis Artikelen Strafrecht

Het is duidelijk dat bepaald gedrag niet wordt geaccepteerd in de samenleving en dat iemand bij het overtreden van die normen een straf tegemoet kan zien. Moord, doodslag, valsheid in geschrifte, zware mishandeling, diefstal en baldadigheid zijn immers niet toegestaan.

Maar wat nu wanneer iemand probeert om een van de bovenstaande delicten te plegen en dat niet lukt? Daarvoor bestaat de ‘poging tot…’ Poging tot moord, poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling, poging tot diefstal, allemaal zijn ze strafbaar.

Poging tot

Wanneer iemand wordt veroordeeld voor poging tot het plegen van een bepaald delict, kan hij maximaal 2/3 van de straf krijgen die hij zou kunnen krijgen wanneer het delict wél was uitgevoerd. Ter illustratie: iemand die zich schuldig maakt aan verkrachting kan maximaal 12 jaar cel krijgen. Iemand die poging tot verkrachting heeft gepleegd, kan slechts 2/3 daarvan krijgen: 8 jaar dus. Eventuele bijkomende straffen (zoals openbaarmaking van het vonnis, worden niet verminderd).

Wanneer is iets een poging?

Poging is enkel strafbaar in het geval van een misdrijf en poging tot een overtreding is dus niet strafbaar. Ook poging tot ‘normale’ mishandeling (wat wel een misdrijf is) is niet strafbaar. Daarnaast moet er sprake zijn van een voornemen van de dader én moet de dader al zijn begonnen met de uitvoering van het misdrijf.

De voorwaarde van ‘het voornemen van de dader’ duidt erop dat er sprake moet zijn van opzet. Dat is niet heel vreemd: een veroordeling voor ‘poging tot dood door schuld‘ zou immers tegenstrijdig zijn. De dader zou dan hebben geprobeerd om onopzettelijk iemand te doden. Een veroordeling voor ‘poging tot’ is dus enkel mogelijk bij misdrijven waarbij opzet in het spel is (doodslag, moord enzovoort).

Verder moet er, zoals hierboven al aan de orde is gekomen, sprake zijn van een begin in de uitvoering van het misdrijf. Simpelweg thuis zitten en het idee hebben om een winkel te overvallen is dus niet voldoende. Sterker nog: volgens de Hoge Raad moet de uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op voltooiing van het misdrijf. Het aanbellen met bivakmutsen en wapens bij een uitzendbureau was wel poging, het met pruiken, valse baarden en wapens in een auto zitten voor een grenswisselkantoor was dat niet.

Verder is het niet strafbaar om te beginnen met de uitvoering van een misdrijf, maar zelf te besluiten het toch niet te doen. Deze vrijwillige terugtred zorgt er dus voor dat er geen strafbaarheid is, maar het moet wel daadwerkelijk uit de dader zelf komen. Wanneer hij stopt met de uitvoering van zijn plan omdat er iets mis gaat is hij gewoon strafbaar, bijvoorbeeld wanneer de politie ter plaatse blijkt te zijn. Er mag geen enkele externe oorzaak zijn, de dader moet zelf uit zijn goedheid besluiten om niet door te zetten.

Ondeugdelijke poging

Hoe zit het met een poging die nooit had kunnen slagen? Is die poging ook strafbaar?

Denk daarbij bijvoorbeeld aan het geval waar Jantje besluit om Pietje te doden door hem te vervloeken, of waar Jantje op Pietje schiet terwijl die al dood is. Zou dat strafbaar moeten zijn onder ‘poging tot’, terwijl het nooit had kunnen lukken? En het geval waar Jantje besluit om Pietje te doden, maar zijn pistool blokkeert of waar zijn pistool wel af gaat maar Pietje een kogelvrij vest aan heeft?

De eerste twee voorbeelden vallen onder ‘absoluut ondeugdelijke poging’, aangezien het altijd volstrekt onmogelijk is om op deze manier iemand te doden. De tweede twee voorbeelden vallen onder ‘relatief ondeugdelijke poging’, aangezien het mogelijk zou zijn om iemand op die manier te doden, maar het ‘toevallig’ met dit wapen of bij deze persoon niet lukte.

In dit soort gevallen heeft de Hoge Raad besloten dat gevallen waarin sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging (het vervloeken en het schieten op het lijk) niet strafbaar zijn. De gevallen waarin sprake is van een relatief ondeugdelijke poging (blokkerend pistool en kogelvrij vest) zijn wel strafbaar.

Voorbereiding van een delict

Naast poging kent het Nederlandse recht ook ‘voorbereiding’. Waar bij poging al een begin moet zijn gemaakt met de uitvoering van het betreffende misdrijf, is voorbereiding al aan de orde wanneer iemand zaken die voor dat misdrijf bestemd zijn in bezit heeft of zal hebben. (De wet spreekt van: ‘voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen’ en van ‘verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft’).

Voorbereiding is, net als poging, niet strafbaar voor overtredingen. In tegenstelling tot poging, is voorbereiding echter enkel strafbaar voor misdrijven waarop een maximumstraf van acht jaar of meer staat. Dit zijn dus de zwaardere categorie misdrijven (diefstal of eenvoudige mishandeling vallen er bijvoorbeeld niet onder).

In het geval van voorbereiding is de maximale straf slechts de helft van de maximumstraf voor het voltooide delict. De maximumstraf voor verkrachting is 12 jaar, dus de maximumstraf voor voorbereiding van verkrachting is 6 jaar.

Ten slotte is de overeenkomst met ‘poging tot’ dat ook voorbereiding van een misdrijf enkel strafbaar is wanneer er geen sprake is van vrijwillige terugtred. Wanneer de dader zelf heeft besloten om het delict niet te voltooien, is hij ook niet strafbaar.

Poging tot … – Conclusie

Niet enkel het daadwerkelijke plegen van een misdrijf is strafbaar. De Nederlandse wet stelt ook poging tot het plegen van een misdrijf strafbaar, net als voorbereiding van een misdrijf. Wanneer de dader echter zelf besluit om terug te treden (vrijwillige terugtred) kan er geen sprake zijn van poging of voorbereiding.

Heeft u vragen rondom het leerstuk van ‘poging tot’, dan is het verstandig om contact op te nemen met een jurist.