enqueterecht

Recht van enquête in een rechtspersoon

Kennis Artikelen Ondernemingsrecht

Het bestuur van een rechtspersoon heeft de dagelijkse leiding over de rechtspersoon. Aandeelhouders van bv’s en nv’s, leden van verenigingen en coöperaties en eventuele andere belanghebbenden moeten er maar vanuit gaan dat het bestuur een goed beleid voert en zorgt voor een juiste gang van zaken binnen de rechtspersoon en dat de raad van commissarissen (als die er is) goed toezicht houdt.

Wanneer er vermoedens zijn dat dat niet gebeurt, kan er onderzoek worden gedaan om de belanghebbenden bij de rechtspersoon te beschermen. Dat gebeurt met het recht van enquête. In dit artikel bekijken we wat het recht van enquête is, wie het kunnen gebruiken, wanneer het kan worden gebruikt en hoe de gang van zaken bij het recht van enquête is.

Recht van enquête

Het recht van enquête wordt uitgeoefend bij de ondernemingskamer, een bijzondere kamer van het Gerechtshof van Amsterdam. De ondernemingskamer behandelt alle zaken met betrekking tot het recht van enquête in Nederland.

Een beroep op het recht van enquête kan slechts slagen indien de ondernemingskamer kan worden overtuigd van het bestaan van gegronde redenen om aan een juist beleid of juiste gang van zaken bij de rechtspersoon te twijfelen. Ook moet de verzoeker eerst zijn bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken aan het bestuur of de raad van commissarissen hebben bekendgemaakt en moeten zij tijd hebben gehad om maatregelen te nemen. Direct teruggrijpen op het recht van enquête is dus niet de bedoeling.

Is aan alle voorwaarden voldaan, dan zal er een deskundigenonderzoek plaatsvinden. Na dit onderzoek kan de ondernemingskamer (op verzoek) maatregelen treffen indien dat noodzakelijk is (zie hierna). Er kunnen in bepaalde gevallen ook reeds tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor de duur van het geding.

Wordt het beroep op het recht van enquête afgewezen, dan kan de rechtspersoon de schade die hij daardoor heeft geleden verhalen op de verzoeker als het verzoek niet op redelijke grond is gedaan. Het is dus verstandig om niet te lichtzinnig te verzoeken om een onderzoek en vooraf een jurist in te schakelen om uit te zoeken of dit zinvol is.

Wie kunnen een beroep doen op het recht van enquête?

De wet geeft een duidelijke opsomming van wie een beroep op het recht van enquête kunnen doen:

Bij verenigingen, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties:

  • minimaal 300 leden of;
  • minimaal 10% van de leden of;
  • de leden met minimaal 10% van de stemrecht;
  • het aantal leden dat volgens de statuten minimaal nodig is.

Bij bv’s en nv’s met een geplaatst kapitaal van € 22,5 miljoen of minder geldt:

  • aandeelhouders of certificaathouders met minimaal 10% van het geplaatste kapitaal;
  • aandeelhouders of certificaathouders met aandelen of certificaten die minimaal € 225.000 nominale waarde hebben;
  • aandeelhouders of certificaathouders met minimaal een bedrag aan nominale waarde dat in de statuten is aangegeven.

Bij bv’s en nv’s met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen geldt:

  • aandeelhouders of certificaathouders met minimaal 1% van het geplaatste kapitaal;
  • bij beursvennootschappen, aandeelhouders of certificaathouders met aandelen of certificaten die minimaal € 20 miljoen aan waarde hebben.

In elk geval kan ook de rechtspersoon zelf het recht van enquête inroepen, kunnen (in beginsel) vakbonden dit en kunnen derden dit indien zij die bevoegdheid volgens de statuten hebben.

Onderzoek na succesvol inroepen recht van enquête

Als het beroep op het recht van enquête slaagt, zal de ondernemingskamer deskundigen aanwijzen om onderzoek uit te voeren. Daarnaast zal er een raadsheer-commissaris worden aangewezen om toezicht te houden op het onderzoek.

De deskundigen die het onderzoek uitvoeren, zijn gerechtigd tot het kennisnemen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers (denk aan computers) van de rechtspersoon. Ze zullen hetgeen hun ter kennis komt uiteraard zoveel als mogelijk geheim moeten houden. Worden de deskundigen tegengewerkt, dan kan de raadsheer-commissaris besluiten dat meewerken wordt afgedwongen. Kortom: gebeurt het niet goedschiks, dan kan het kwaadschiks gebeuren. Ten slotte kunnen de deskundigen die met het onderzoek zijn belast getuigen laten horen door de ondernemingskamer.

Verslag van het onderzoek

De deskundigen zullen na hun onderzoek een verslag uitbrengen. Uit dat verslag moet blijken dat degenen die worden genoemd ook een mogelijkheid hebben gekregen om hun versie van het verhaal naar voren te brengen: ‘hoor en wederhoor’, ook op basis van (het betreffende gedeelte van) het conceptverslag.

Het verslag van het onderzoek wordt bij de griffie van het Gerechtshof van Amsterdam neergelegd. De ondernemingskamer kan bepalen dat het verslag ter inzage ligt voor iedereen. Aangezien er bedrijfsgevoelige informatie in het verslag zal staan, is het (uitzonderingen daargelaten) verboden voor degenen die inzage hebben om mededelingen te doen aan anderen over dit verslag als het niet voor iedereen ter inzage ligt. Enkel de rechtspersoon mag dit dan doen.

Maatregelen na recht van enquête

Als uit het verslag blijkt dat er sprake is van wanbeleid, kan de ondernemingskamer op verzoek een aantal voorzieningen treffen. Dit verzoek kan worden gedaan door onder meer de verzoekers om de enquête en moet binnen twee maanden nadat het verslag bij de griffie is neergelegd worden gedaan.

De ondernemingskamer kan beslissen tot:

  • schorsing of vernietiging van een besluit van een orgaan van de rechtspersoon;
  • schorsing of ontslag van (bepaalde) bestuurders of commissarissen;
  • het tijdelijk aanstellen van bestuurders of commissarissen;
  • tijdelijke afwijking an de door de ondernemingskamer aangegeven bepalingen van de statuten;
  • tijdelijke overdracht van aandelen voor beheer;
  • ontbinding van de rechtspersoon.

De beslissingen die de ondernemingskamer maakt, kunnen niet eenzijdig door de rechtspersoon worden teruggedraaid.

Kosten recht van enquête

De ondernemingskamer bepaalt hoe duur het onderzoek onder het recht van enquête mag zijn zodra er wordt besloten tot onderzoek. In beginsel worden de kosten van het onderzoek door de rechtspersoon zelf gedragen. Nadat het verslag van het onderzoek is uitgebracht, kan de ondernemingskamer beslissen dat iemand anders de kosten moet gaan dragen. Daar moet de rechtspersoon dan om verzoeken.

Zo kunnen de kosten worden neergelegd bij de verzoekers, indien die onterecht het verzoek om enquête hebben gedaan en dus onnodig kosten hebben veroorzaakt. Ook kan de ondernemingskamer besluiten dat de kosten worden gedragen voor een bestuurder, een commissaris of een ander in dienst van de rechtspersoon als die verantwoordelijk is voor een onjuist beleid of onbevredigende gang van zaken binnen de rechtspersoon.

Recht van enquête – Conclusie

Het recht van enquête kan worden uitgeoefend indien belanghebbenden bij de rechtspersoon twijfelen aan een juiste gang van zaken of een juist beleid bij de rechtspersoon. Eerst zal de ondernemingskamer moeten worden overtuigd van de noodzaak van het instellen van een onderzoek. Daarna zal aan de hand van de resultaten uit het onderzoek, het verslag, worden bekeken of er nadere maatregelen nodig zijn.

Het uitgeoefende recht van enquête en het eventueel daaropvolgende onderzoek kan erg kostbaar zijn voor zowel verzoeker als voor de rechtspersoon. Gezien de financiële belangen, de mogelijke kosten en de complexiteit van een en ander, is het essentieel om een jurist in te schakelen om een en ander tot een goed einde te brengen.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels - Advocaat
handels- en ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


Juridische hulp nodig?

Onze advocaten laten u graag weten wat ze voor u kunnen betekenen: van adviseren tot procederen. Lees meer over onze zakelijke diensten, onze diensten voor particulieren of neem direct contact met ons op via onderstaande knop.

Neem contact op