verduistering

Verduistering

Kennis Artikelen Strafrecht

Verduistering is voor veel mensen een bekende term, maar wat is verduistering juridisch gezien precies? Wat is het verschil met diefstal? Wat is de hoogte van de maximumstraf voor verduistering? Hoe zit het met poging tot verduistering en met recidive? Deze vragen worden beantwoord in dit artikel.

Verduistering

Volgens de wet is verduistering het opzettelijk wederrechtelijk zich toe-eigenen van een goed dat aan een ander toebehoort en dat de dader anders dan door een misdrijf onder zich heeft.

Kortom: iemand die strafbaar is voor verduistering heeft een goed onder zich (dat bijvoorbeeld is gehuurd of geleend, of dat hem in bewaring is gegeven). Dat goed blijft hij behouden, maar daarnaast eigent hij het zich ook toe: hij wil het goed ook daadwerkelijk behouden voor zichzelf.

Strafvervolging wegens verduistering binnen een huwelijk (waarbij de echtgenoten niet van ‘tafel en bed’ gescheiden zijn) is uitgesloten. Verduistering door de echtgenoot of echtgenote is dus niet strafbaar.

Verduistering – Diefstal

Wanneer er verduistering wordt gepleegd wordt dit vaak ten onrechte diefstal genoemd. Het verschil is klein: bij diefstal wordt een goed van een ander weggenomen, terwijl bij verduistering dat goed reeds in het bezit van de verduisteraar was (juridisch: hij is ‘houder’) en deze dan opeens het eigendom claimt.

Wanneer Jantje de afgesloten fiets van Pietje meeneemt zonder toestemming (enzovoort) wordt dat gezien als diefstal. Wanneer Jantje de fiets van Pietje leent en hem daarna niet meer teruggeeft en hem voor zichzelf houdt, is dat verduistering.

De hoogte van de straf voor verduistering

De maximumstraf voor verduistering is drie jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (76.000 euro). Daarnaast kan iemand van bepaalde rechten worden ontzet. Dit houdt in dat de rechter kan bepalen dat hij door de veroordeling voor verduistering bepaalde ambten niet meer mag bekleden, niet meer in het leger mag dienen, niet meer advocaat of bewindvoerder mag zijn en/of niet meer zijn beroep mag uitoefenen (wanneer hij de verduistering tijdens de uitoefening van zijn beroep heeft gepleegd). Daarnaast kan de rechter bepalen dat de uitspraak, die normaal gesproken anoniem wordt gepubliceerd, openbaar wordt gemaakt.

De uiteindelijke hoogte van de straf zal niet enkel afhangen van de maximumstraf: het maximum wordt zelden opgelegd. De daadwerkelijke straf hangt af van de omstandigheden van het geval waarbij de verduistering heeft plaatsgevonden.

Meer over straffen kan worden gevonden in het algemene artikel over straffen.

Strafverzwarende omstandigheden bij verduistering

De normale maximumstraf voor verduistering kan verhoogd worden door de aanwezigheid van strafverzwarende omstandigheden. De straf kan dan een flink stuk hoger worden, zoals hierna te zien is.

Verduistering: 3 jaar;

Verduistering uit hoofde van zijn beroep: 4 jaar;

Verduistering met het oogmerk een terroristisch misdrijf voor te bereiden: 4 jaar;

Verduistering uit hoofde van zijn beroep met het bovenstaande oogmerk: 5 jaar, 4 maanden;

Verduistering door iemand die het goed uit noodzaak in bewaring heeft (zoals een curator): 5 jaar;

Poging tot verduistering

Niet alleen verduistering die daadwerkelijk is gepleegd is strafbaar, ook poging tot verduistering is strafbaar. De maximumstraf voor poging tot verduistering is 2/3 van de maximumstraf die op het voltooide delict staat. In het geval van een ‘eenvoudige’ poging tot verduistering zou dat dus een maximumstraf van 2 jaar opleveren.

Wanneer er sprake is van poging tot verduistering moet er wel al daadwerkelijk zijn begonnen met het uitvoeren van de verduistering. Wanneer dat niet het geval is, of wanneer iemand vrijwillig (zonder externe invloeden) alsnog besluit om niets te verduisteren, is er geen strafbaarheid.

Meer algemene informatie over de strafbaarheid in het geval van een poging tot verduistering is te vinden in het artikel over ‘Poging tot‘.

Recidive: meerdere malen iets verduisteren

Eerder in dit artikel was reeds te zien dat de maximumstraf voor verduistering afhangt van de omstandigheden van het geval. Recidive is ook een omstandigheid van het geval (of eigenlijk: van een eerder geval) die invloed heeft op de straf. Dit kan op meerdere manieren het geval zijn. Allereerst wanneer er meerdere malen iets is verduisterd, en ten tweede, wanneer iemand eerder is veroordeeld voor verduistering en opnieuw de fout in gaat.

In het eerste geval, waar iemand meerdere malen verduistering heeft gepleegd, ligt het eraan of die afzonderlijke feiten moeten worden gezien als één voortgezette handeling. Is dat het geval, dan is de maximumstraf ongewijzigd. Moeten ze echter worden gezien als aparte handelingen, dan wordt de maximumstraf met 1/3 verhoogd. In het eerste geval, waar de straf ongewijzigd blijft, zal de rechter uiteraard in de uiteindelijk straf wél meenemen dat er meerdere malen verduistering is gepleegd, waardoor de straf hoger zal uitvallen dan wanneer het delict slechts één keer zou zijn gepleegd.

Wanneer iemand reeds veroordeeld is voor verduistering zal ook een hogere straf volgen. Een eventuele voorwaardelijke straf wordt omgezet naar een onvoorwaardelijke straf bij een veroordeling en komt bovenop de nieuwe straf. Daarnaast zal de rechter uiteraard meenemen in zijn beslissing dat iemand geen blanco strafblad meer heeft en dus opnieuw in de fout is gegaan. Ten slotte wordt de maximumstraf met 1/3 verhoogd wanneer de recidive binnen 5 jaar heeft plaatsgevonden.

Verduistering – Conclusie

Verduistering is, in spreektaal, het zichzelf toe-eigenen van een goed dat iemand onder zich heeft (anders dan door een misdrijf), terwijl dat goed eigenlijk eigendom van een ander is. Zaken die bijvoorbeeld geleend of gehuurd zijn, zijn vatbaar voor verduistering. De maximumstraf voor verduistering is drie jaar gevangenisstraf, maar die maximumstraf loopt snel op wanneer er sprake is van strafverzwarende omstandigheden of recidive.

Wanneer er sprake is van een verdenking van verduistering is het verstandig om een juridisch specialist in te schakelen voor de verdediging. Dit geldt ook wanneer de verdenking onterecht is.