vermissing

Vermissing

Kennis Artikelen Personen- en familierecht

Na de vermissing van iemand zijn er een aantal zaken die moeten worden geregeld. Hoe zit het bijvoorbeeld met de goederen die hij heeft achtergelaten? Na enige tijd zal tevens de vraag ontstaan of de vermiste nog wel in leven is en of niet moet worden vastgesteld dat hij is overleden.

Deze zaken omtrent vermissing worden in dit artikel uitgelicht.

Onderbewindstelling na vermissing

Wanneer iemand zijn woonplaats heeft verlaten terwijl hij niet heeft gezorgd dat er voor zijn bezittingen wordt gezorgd, kan de kantonrechter als dat nodig is iemand benoemen om de belangen van de afwezige te behartigen. De kantonrechter kan de bewindvoerder te allen tijde ontslaan en een andere bewindvoerder benoemen.

De bewindvoerder kan overigens bij vermissing niet enkel het bewind voeren over de goederen, maar kan ook andere dan vermogensbelangen behartigen. De bewindvoerder krijgt een vergoeding van 5% van de netto-opbrengst van de goederen van de vermiste die door hem beheerd worden.

De onderbewindstelling bij vermissing eindigt wanneer er een gezamenlijk besluit van rechthebbende en bewindvoerder is, wanneer de rechthebbende met inachtneming van één maand opzegtermijn het bewind opzegt en wanneer de dood van de rechthebbende vast is komen te staan.

Vermissing en rechtsvermoeden van overlijden

Wanneer er sprake is van vermissing en dit al vijf jaar het geval is, kunnen belanghebbenden (of het Openbaar Ministerie) bij de rechtbank verzoeken om de vermiste op te roepen. Wanneer de omstandigheden van de vermissing de dood van de vermiste waarschijnlijk maken, is deze termijn één jaar. In sommige andere gevallen, waarbij het overlijden tevens als zeker kan worden beschouwd, is er geen wachttijd.

De rechtbank stelt in dat geval een dag en een tijd vast waarop de vermiste zich moet melden. Doet deze dat niet én is er niemand anders die kan verklaren dat hij in leven is, dan kan de rechtbank een nieuwe oproep doen of direct een rechtsvermoeden van overlijden uitspreken. Is dit laatste het geval, dan wordt de vermiste vermoed te zijn overleden en zullen de formaliteiten rond overlijden plaatsvinden.

De griffier van de rechtbank zal een afschrift van de beschikking van de rechtbank aan de ambtenaar van de burgerlijke stand doen toekomen. Deze kan dan een akte van overlijden opmaken. Deze akte is een sluitend bewijs dat er geen sprake meer is van vermissing, maar dat de betreffende persoon is overleden.

Erfgenamen na vermissing en akte van overlijden

Wanneer er een akte van overlijden na vermissing is, wordt de vermiste geacht te zijn overleden. Dat wil zeggen dat zijn vermogen zal worden verdeeld. Hiervoor zijn enkele speciale wettelijke regels tot het tijdstip dat de kantonrechter besluit (maximaal vijf jaar na het rechtsvermoeden van overlijden).

Zo moeten zijn erfgenamen (en legatarissen) bij de kantonrechter zekerheid stellen dat zij, bij een eventueel terugkeren van de overleden verklaarde, alles kunnen afdragen wat zij moeten afdragen aan hem (of aan andere rechthebbenden). Registergoederen (zoals bijvoorbeeld grond) mogen niet verkocht of met een beperkt recht bezwaard worden zonder gewichtige redenen en zonder toestemming van de kantonrechter.

De goederen uit de nalatenschap mogen daarnaast niet verkwist worden en erfgenamen zijn verplicht de kantonrechter inlichtingen te verstrekken over onder andere hoe de goederen worden gebruikt.

Terugkeer na vermissing en akte van overlijden

Wanneer iemand na vermissing terugkeert heeft dat niet veel gevolgen op het moment dat er nog geen rechtsvermoeden van overlijden is. Degene die vermist is, keert dan weer ‘gewoon’ terug. Wanneer er wel reeds een rechtsvermoeden van overlijden is uitgesproken na de vermissing, is er vaak al een vermogen verdeeld onder de erfgenamen.

Deze goederen moeten worden teruggegeven aan de teruggekeerde vermiste. Rechten van derden die te goeder trouw waren zullen worden geëerbiedigd. De teruggave hoeft niet altijd in zijn geheel te gebeuren.

Voor vruchten (denk bijvoorbeeld aan ‘vruchten’ (geld) uit verhuur van het huis van de vermiste) uit de nalatenschap geldt: Wanneer binnen vijf jaar na de dag waarop blijkt dat de akte van overlijden is opgemaakt, wordt bewezen dat deze akte onjuist is, zijn zij die te goeder trouw de vruchten van de nalatenschap hebben genoten slechts verplicht daarvan de helft terug te geven. Wordt na deze vijf jaar bewezen dat de akte onjuist is, dan mogen de vruchten van de nalatenschap worden behouden.

Voor goederen (denk dan bijvoorbeeld aan de auto van de vermiste) uit de nalatenschap geldt: Indien na meer dan tien jaar blijkt dat de akte van overlijden onjuist is, moeten de goederen in de staat waarin ze zich bevinden worden afgegeven en hoeft geen rekening of verantwoording meer te worden afgelegd. Indien na meer dan twintig jaar blijkt dat de akte van overlijden onjuist is, hoeft helemaal niets meer te worden teruggegeven.

Vermissing – Conclusie

Wanneer er sprake is van vermissing, kan de kantonrechter iemand het bewind over de goederen van de vermiste geven. Daarnaast kan (vaak na enige tijd) aan de rechtbank worden gevraagd om een rechtsvermoeden van overlijden. Dit houdt in dat de vermiste wordt geacht te zijn overleden. Er gelden in dat geval wel extra regels voor de nalatenschap, mocht de vermiste alsnog terugkeren.