vruchtgebruik

Vruchtgebruik

Kennis Artikelen Civiel recht

Dit artikel is meer dan een jaar geleden voor het laatst gewijzigd en is wellicht niet meer (volledig) actueel.

Dit artikel gaat over vruchtgebruik. De gemiddelde Nederlander zal niet bekend zijn met deze juridische term en zal vermoeden dat vruchtgebruik te maken heeft met het gebruiken van een vrucht, zoals het eten van een appel die van de appelboom van een ander komt. Dit vermoeden staat erg dicht bij de echte uitleg van vruchtgebruik, zoals hierna te zien zal zijn. Daarnaast zullen hierna de juridische aspecten worden bekeken, de verplichtingen die eruit voortvloeien en het einde van het vruchtgebruik.

Vruchtgebruik

Vruchtgebruik is het recht om goederen die aan een ander toebehoren te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Die vruchten kunnen van alles zijn: van daadwerkelijke vruchten als appels van een appelboom, tot vruchten als dividenden van aandelen die in vruchtgebruik zijn gegeven.

De vruchtgebruiker mag de goederen gebruiken, maar ook verbruiken: een in vruchtgebruik gegeven auto mag worden gebruikt, maar ook de benzine in de tank mag worden gebruikt. De wetgever heeft dit willen aangeven met het woord ‘verbruik’.

Vruchtgebruik is een beperkt recht. Het eigendomsrecht blijft bij persoon A, terwijl het recht op vruchtgebruik bij persoon B kan liggen. Bij vruchtgebruik wijzigt de eigenaar van het goed dus niet.

Totstandkoming recht van vruchtgebruik

Er zijn twee manieren waarop vruchtgebruik tot stand kan komen: door vestiging en door verjaring. De totstandkoming door vestiging is de ‘normale’ manier van het in het leven roepen van een recht op vruchtgebruik. Dit houdt eigenlijk simpelweg in dat de eigenaar van het goed een ander het recht van vruchtgebruik voor dat goed geeft.

Zoals hierboven werd weergegeven kan vruchtgebruik ook door verjaring ontstaan. Dit gebeurt vrijwel nooit. De (erg juridische) reden hiervoor is de volgende:  Wil er vruchtgebruik door verjaring ontstaan, dan impliceert dat dat er voorheen reeds een recht van vruchtgebruik in bezit was (maar niet in eigendom!). Dat dit bezit op grond van vruchtgebruik is en niet op grond van bijvoorbeeld huur of bruikleen, zou enkel af te leiden kunnen zijn uit een eventuele ingeschreven akte. Aangezien er voorheen geen daadwerkelijk vruchtgebruik is ontstaan is er dus iets mis gegaan op dat moment: de vestiging van het recht is door een beschikkingsonbevoegde gebeurd of er miste een geldige titel. Deze situatie is erg hypothetisch en zal vrijwel niet voorkomen.

Waarop is vruchtgebruik mogelijk?

Vruchtgebruik is volgens de wet mogelijk op alle goederen. Iemand kan dus op zijn huis een recht van vruchtgebruik vestigen, op zijn auto, zijn vorderingen op derden, zijn aandelen, zijn winkel, zijn schoenen en op zijn broek.

Op alles dat een goed is, kan vruchtgebruik worden gevestigd.

Veelvoorkomende vorm van vruchtgebruik

In een groot aantal van de gevallen komt het vruchtgebruik voor doordat het in de vorm van een legaat is toegekend in een testament.

Personen die  ongehuwd samenwonen kunnen zo bij overlijden van een van hen, bepalen dat de ander het recht van vruchtgebruik op het huis krijgt. Degenen die in het testament worden genoemd als erfgenamen (vaak de kinderen) krijgen wel het eigendom van het huis. Bij het overlijden van de langstlevende, vervalt het vruchtgebruik (zie daarover meer hierna) en hebben de kinderen het eigendom zonder dat er nog een recht van vruchtgebruik is.

Zo kan de langstlevende tot aan zijn of haar overlijden blijven wonen in het huis en kunnen de erfgenamen (de kinderen) hem of haar er niet uit zetten. Komt hij of zij te overlijden, dan gaat het huis niet over op haar/zijn erfgenamen, maar vervalt het vruchtgebruik en is het gehele eigendom in handen van de oorspronkelijke erfgenamen (de kinderen).

Verplichtingen vruchtgebruik

Aan een recht van vruchtgebruik zitten ook enkele verplichtingen verbonden, voornamelijk voor de vruchtgebruiker. De eigenaar van het goed hoeft eigenlijk enkel de vruchtgebruiker de ruimte te geven zijn rechten uit te oefenen. Voor de vruchtgebruiker zijn er wat meer voorwaarden opgenomen in de wet.

De vruchtgebruiker moet volgens de wet bijvoorbeeld een notariële akte laten opmaken van de goederen waarop het beperkt recht van vruchtgebruik is gevestigd. Daarnaast moet de hij zekerheid stellen dat hij zijn verplichtingen tegenover de hoofdgerechtigde (de eigenaar) nakomt en moet hij de goederen die hij onder zich heeft verzekeren.

Ook moet de vruchtgebruiker jaarlijks verslag doen over de goederen die niet meer onder het vruchtgebruik vallen, de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en de voordelen van de goederen die niet als vrucht worden gezien.

Deze lijst met plichten van de vruchtgebruiker is niet compleet: een dergelijke lange en precieze opsomming gaat verder dan in dit artikel de bedoeling is. Daarnaast is het meeste regelend recht (en is afwijking mogelijk) of staan er reeds uitzonderingen in de wet.

Einde vruchtgebruik

Na het vestigen van het recht op vruchtgebruik kan de rechthebbende dat recht op vruchtgebruik uitoefenen totdat het wordt beëindigd. Het einde van het vruchtgebruik kan op verschillende manieren tot stand komen.

Zo is het mogelijk dat de vruchtgebruiker afstand doet van zijn recht op vruchtgebruik. Wanneer de vruchtgebruiker dit doet, is de hoofdgerechtigde verplicht om hieraan mee te werken.

Daarnaast komt het vruchtgebruik ten einde bij het overlijden van de vruchtgebruiker. Zijn er meerdere vruchtgebruikers, dan komt het ten einde bij het overlijden van de laatst overgeblevene. Vruchtgebruik is dus niet overerfbaar: de erfgenamen kunnen er geen aanspraak op maken.

Wanneer de vruchtgebruiker een rechtspersoon is, gaat het vruchtgebruik teniet bij het ontbinden van deze rechtspersoon. Bestaat het vruchtgebruik na dertig jaar nog steeds, dan gaat het ook teniet op grond van de wet.

Na het eindigen van het vruchtgebruik, moet de oud-vruchtgebruiker de goederen weer ter beschikking stellen van van de hoofdgerechtigde.

Vruchtgebruik – Conclusie

Vruchtgebruik is een beperkt recht, waarbij de eigenaar het recht van gebruik en het recht op de vruchten van een bepaald goed aan een ander overdraagt. Vruchtgebruik wordt normaliter gevestigd op een bepaald goed (en dan vaak toegekend op grond van legaat in een testament), vruchtgebruik door verjaring komt vrijwel niet voor. Bij vruchtgebruik heeft de vruchtgebruiker een aantal verplichtingen naar de hoofdgerechtigde (eigenaar) toe, waaronder het opmaken van een notariële akte. Het recht van vruchtgebruik eindigt onder andere bij overlijden van de vruchtgebruiker en bij opzegging.

Wanneer het om vruchtgebruik gaat, kan het om aanzienlijke bedragen gaan. Als dat het geval is en er problemen rondom het vruchtgebruik ontstaan (van de kant van de vruchtgebruiker of van de kant van de hoofdgerechtigde), is het verstandig om een jurist in te schakelen. Hoe eerder dit wordt gedaan, hoe beter hij of zij de zaak kan voorbereiden en kan behandelen.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels

N.b. Dit artikel is meer dan een jaar geleden voor het laatst gewijzigd. De informatie kan verouderd zijn.

DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden en dient niet gezien te worden als juridisch advies voor een specifieke situatie. Hoewel de verstrekte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door ons is samengesteld kan het zo zijn dat de informatie niet compleet, niet actueel, niet juist en/of niet accuraat is op het moment van raadpleging. Het is dan ook, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet zeker dat de informatie toepasbaar is in uw situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een jurist voordat u handelt of beslist. Wet & Recht, de maker en aan deze website gelieerde personen sluiten elke aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie op deze site uit en kunnen niet aansprakelijk worden gesteld hiervoor. Zie ook onze uitgebreide disclaimer.