Recht op vrije arbeidskeuze en het concurrentiebeding

Kennis Artikelen Vragen

Vraag

Ik heb in mijn arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding opgenomen. Momenteel wil ik graag van baan veranderen, maar mijn werkgever doet daarbij erg lastig. Hij wil niet dat ik vertrek en heeft al aangekondigd dat hij me zal houden aan mijn concurrentiebeding.

In het concurrentiebeding staat (in het kort) dat ik niet mag werken binnen een straal van twintig kilometer bij een concurrent. Helaas zit de concurrent waar ik wil gaan werken (het betreft hetzelfde werk) op om en nabij de acht kilometer van mijn huidige werkgever. Ik vermoed daarom dat ik aan het concurrentiebeding vast zit, klopt dat?

Als ik eraan vast zit, vraag ik me af of ik er niet onderuit kan komen door een beroep op de Grondwet, namelijk, mijn vrije arbeidskeuze is wel erg in het geding door dit concurrentiebeding, zeker omdat mijn nieuwe baan beter is én veel beter betaalt.

Heeft dit kans van slagen?

Antwoord Wet & Recht

Dank voor uw vraag. Ik zal eerst ingaan op het stuk over de inbreuk op uw grondrechten.

Het grondrecht waar u op doelt, is artikel 19 lid 3 van de Grondwet. Het artikel over het concurrentiebeding mag een rechter daar niet rechtstreeks aan toetsen (volgens artikel 120 Gw), dus het heeft weinig zin om een dergelijk iets aan te dragen bij de rechter. Overigens mag u wel uw grondrechten uit Europese of internationale verdragen gebruiken om het concurrentiebeding aan te toetsen.

Tot daar nog geen probleem. Echter, inbreuk maken op bijvoorbeeld de Grondwet, mag. Dat is zelfs weergegeven in de Grondwet zelf (ook in artikel 19): in de wet mag er een inbreuk worden opgenomen op dit Grondrecht. Dat is ook exact wat is gedaan met het concurrentiebeding: er is een inbreuk gemaakt, maar wel een legitieme.

Daarnaast gelden grondrechten voor de verhouding tussen overheid en burger, niet tussen werknemer en werkgever (in feite burger en burger). De Grondwet dient dus niet ter bescherming tegen uw werkgever. Wel kan de inhoud van de Grondwet indirect worden meegenomen, als inkleuring van andere normen. Denk daarbij aan de norm van het goed werkgeverschap (dat is ook van belang bij het beoordelen van het concurrentiebeding). Echter, in die beoordeling van het concurrentiebeding, is de Grondwet ‘slechts’ één van de factoren die moeten worden meegenomen in de beoordeling.

Gezien uw concurrentiebeding, ben ik van mening dat, op basis van de gegevens die u aandraagt, er weinig kans van slagen is om het ongeldig te laten verklaren (geheel of gedeeltelijk vernietigen). Dat is dus ook inclusief het meewegen van de inbreuk op uw grondrechten, want die inbreuk is vrij klein.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels
handels- en ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


N.b. Dit artikel is meer dan een jaar geleden voor het laatst gewijzigd. De informatie kan verouderd zijn.

DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel, juist en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een jurist voordat u handelt of beslist. Wet & Recht, de maker en/of aan deze website gelieerde personen sluiten elke aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie op deze site uit en kunnen niet aansprakelijk worden gesteld hiervoor. Zie ook onze uitgebreide disclaimer.